Actie Sri Lanka

Slideshow Image
Zondag 26 december 2004 10.15 uur Thai tijd. Plaats Khao Lak La Own Resort.
Gaby Dupré mijn vrouw, Niklas Dupré onze zoon en ik, Jaap van Loenen, zitten in het restaurant aan het strand rustig te ontbijten. Het valt ons op dat aan de linkerkant van de horizon een witte streep zichtbaar wordt. We vermoeden dat dit komt, omdat het water laag staat en de golven door de boven het water uitstekende rotsen, worden gebroken.

Zondag 26 december 2004 10.15 uur Thai tijd. Plaats Khao Lak La Own Resort.
Gaby Dupré mijn vrouw, Niklas Dupré onze zoon en ik, Jaap van Loenen, zitten in het restaurant aan het strand rustig te ontbijten. Het valt ons op dat aan de linkerkant van de horizon een witte streep zichtbaar wordt. We vermoeden dat dit komt, omdat het water laag staat en de golven door de boven het water uitstekende rotsen, worden gebroken.

Niklas zegt dat het hele hoge golven zijn die over het restaurant slaan. We besteden hier geen aandacht aan. Het wordt echter heel stil. Pas later beseffen we dat ook de vogels niet meer zingen. Langzaam horen we een soort zacht gebrom dat steeds sterker wordt. Over de gehele breedte van de horizon zien we een witte strook. Deze strook komt snel dichter bij. De zee trekt zich plotseling nagenoeg geheel terug. Veel mensen, ook het personeel staan te kijken en vinden het vreemd.

Ineens realiseren we ons allen dat een groot gevaar op ons afkomt. De eerste mensen beginnen van de zee af te rennen. Gaby, Niklas en ik rennen ook van het strand af. Niklas wil nog even kijken, maar ik grijp zijn handje beet en we rennen over het pad weg van de zee, langs onze bungalow, naar hogere gebieden.

Wanorde
Er is geen paniek, maar wel wanorde. Een ieder is op zich zelf aangewezen en handelt daar ook naar. In deze wanorde raak ik Gaby kwijt. Ik ren, met Niklas aan mijn hand, de grindweg op die naar de hoofdweg leidt. Rechts van mij zie ik plotseling Gaby aan de andere kant van een hek bij de bungalows met een tweede verdieping rennen. Tegelijkertijd bereikt op ca. 100 meter de vloedgolf het strand. Ik stop en schreeuw Gaby toe dat zij naar boven de trap van de bungalow op moet vluchten. Dit doet zij.

Ik tracht met Niklas de weg af te rennen, maar ben te laat. Ik zie dat ik door het kolkende water ingesloten word en tracht me te verbergen achter een betonnen elektriciteitspaal. Ik schreeuw Niklas toe om me goed vast te houden en dat we het heel moeilijk gaan krijgen. De golf en het water bereiken ons en knalt over ons heen.

De elektriciteitspaal breekt als een lucifer af en Niklas en ik worden met het water meegesleurd. Ik raak door een klap op mijn hoofd even buiten westen en ben Niklas kwijt. Na enige ogenblikken kom ik bij en vecht om boven te komen. Ik schreeuw om Niklas. Hoeveel meters we door de struiken, bomen en troep meegesleurd worden, weet ik niet precies maar het duurde erg lang.

Nadat het water rustiger geworden is, kan ik mijn hoofd boven water houden en begin om Niklas te schreeuwen. Ik zie alleen maar kokosnoten, drijfhout en palmbladeren. Plotseling zie ik een klein maar dapper hoofdje boven drijven. Niklas!! Ik schreeuw hem toe: "Niklas houd je goed vast, ik kom bij je!" Niklas roept: "Papa, papa kom". Ik zwem uit alle macht naar hem toe en grijp hem beet. Ik ben niet van plan om hem ooit nog eens los te laten.

Kano
Met veel moeite weet ik een stevige tak te pakken. Hier blaas ik even uit en zie verderop een blauwe kano drijven. We zwemmen daar naar toe en ik zet Niklas op de kano. Plotseling begint het water terug naar zee te stromen. Ik probeer de kano te sturen, maar realiseer me dat het water te snel terug gaat en dat dit een nieuw gevaar is. Ik "parkeer" de kano dwars tegen twee bomen waardoor we niet verder teruggesleurd worden. Nu kantelt de kano. Niklas glijdt van de kano af en wordt bijna opnieuw met het water meegesleurd. Ik grijp hem nog net op tijd vast en zet hem dwars tegen de kano met zijn armpjes over de kano heen.

We wachten noodgedwongen het terugtrekken van het water af. Ondertussen zien we een ander klein jongetje met zijn moeder. Ik help hen naar de kano toe. Het water is nu rustiger geworden en ik kan de kano weer gewoon "plat" leggen. Ik help het jongetje op de kano. De moeder komt ook langzaam naar ons toe.

Even later horen we roepen. Het is de vader. Hij zit vast tussen de takken en durft niet verder. Ik praat met hem en uiteindelijk weet ook hij zich uit zijn netelige positie te bevrijden en voegt zich bij ons. Nadat het water tot aan mijn middel gezakt is, gaan wij op zoek naar hogergelegen gebieden. Tijdens de wandeling door het water trap ik in een spijker. Ik registreer dit, maar ga door.

Ergens ver weg wordt er geroepen dat er nog een golf aankomt. Wij realiseren ons dat we geen kant uit kunnen, maar versnellen wel. Na een goed kwartier weten we het droge en dus hoger gelegen gebied te bereiken. We hadden het gered!!!

Al gauw vinden we de grindweg die ons naar de hoofdweg leidt. Daar aangekomen, zie ik een auto vanuit het resort aankomen. De auto stopt bij ons en de eigenaar, de heer Pisit, stapt uit. Hij vertelt dat alle mensen van het resort, inclusief de staf, de heuvels aan de andere kant van de hoofdweg ingevlucht zijn.

Zo goed en kwaad als ik kan, ren ik naar die heuvel en roep uit alle macht Gaby haar naam. Er komt echter geen reactie. Ik besluit Gaby te gaan zoeken en vraag aan de bestuurder van de auto of Niklas met hen mee kan. Ik weet niet of hij gewond is. Zij stellen voor om Niklas naar het ziekenhuis, ca. 30 kilometer noordelijker, te brengen. Ik stem in en zie Niklas vertrekken.

Met de eigenaar van het resort ga ik daarna terug naar het resort, of wat daar van over is. Ik weet waar ik Gaby voor het laatst gezien heb en ga terug naar die plek. Daar staat alleen nog die bungalow waar zij opgestaan heeft. Zij is er echter niet meer.

Verwoest
Het gehele resort, en ook ALLE andere resorts zijn volledig verwoest. Ik heb daar veel doden gezien. Dat er doden gevallen waren, wist ik al want in het water had ik ook al het een en ander voorbij zien drijven (en gevoeld). Het resort ligt er volledig verlaten bij, niets is nog te herkennen. Het restaurant is weg, geen huisje staat meer overeind. Ook de receptie is totaal verdwenen. Ik realiseer me op dat moment dat we alles, koffers, kleren, mobiele telefoons, paspoorten, credit cards etc. kwijt zijn. Gelukkig heb ik in mijn buideltje, dat ik altijd rond mijn middel onder mijn broek draag, nog een betaalpasje van de Postbank.

De stilte is oorverdovend. Nadat mr. Pisit en ik onze emotionele ronde hebben gedaan, lopen we langzaam terug naar de hoofdweg. Langs de grindweg treffen we nog een vrouw aan die er op de heenweg nog niet lag. Zij is overleden.

Bij de hoofdweg aangekomen, verneem ik dat de groep mensen van het resort hoog de heuvels ingevlucht zijn. Ik ga de heuvel op en roep hard om Gaby. Na enige tijd heb ik succes. Er wordt gereageerd en ik kan Gaby in mijn armen sluiten.

Natuurlijk, Gaby schrikt als ze me ziet, ik ben alleen en ik zit onder het bloed door een stevige hoofdwond. Ik stel Gaby snel gerust door uit te leggen dat mijn wond meevalt en dat Niklas met iemand meegereden is. Dat laatste is nu echter een probleem. Waar is Niklas naar toegebracht? Mr. Pisit vertelt dat Niklas naar een ziekenhuis 30 kilometer noordelijk gebracht is. Hierop besluiten hij en ik om daar naar toe te gaan.

We krijgen een lift van een open pick-up truck. Na ongeveer 2 kilometer is de weg versperd door veel takken, beton en ander door het water opgestuwd materiaal. We kunnen niets anders doen dan de weg vrijmaken. Al gauw zien we dat in deze puinhopen ook lijken van mensen liggen. We halen deze lijken zo goed en kwaad als het kan uit deze troep en leggen ze langs de kant van de weg. Uit respect voor deze mensen dekken we ze af met of een plastic zak of soms zelfs een golfplaat.

Na ongeveer 2 uur bereiken we het ziekenhuis. Eigelijk mag dit niet de naam ziekenhuis hebben, want het is meer een veredelde eerste hulppost. De beelden die ik daar zie, zijn verschrikkelijk. Behalve veel bloed en botbreuken worden er ook noodoperaties uitgevoerd. Ik hoef hier dus niet in details te treden, want een ieder kan zich een voorstelling maken hoe erg dat is.

Omdat ik Niklas niet in dit "ziekenhuis" aantref, besluiten mr. Pisit en ik naar Khao Lak terug te gaan. In Khao Lak aangekomen, zoek ik alleen verder en concentreer ik mij op de heuvels waar veel mensen ingevlucht zijn. Na enige tijd kom ik bij een groep mensen terecht. Ook daar is Niklas niet, maar deze mensen verwijzen mij door naar een ander pad waar zich ook nog mensen bevinden.

Bij deze groep aangekomen, zie ik dat er mensen bezig zijn met lijsten op te stellen. Op mijn vraag of Niklas zich onder de mensen op de heuvel bevindt, wordt bevestigend geantwoord. Ik heb mijn mannetje voor de tweede keer gevonden!
 
Broek
Met Niklas aan mijn hand loop ik terug. We worden door mensen van een bar aan de kant van de weg opgevangen. Ik moet van hen mijn wond schoon maken, we krijgen drank en eten. Tevens wordt ergens een broek gehaald en kan ik mijn totaal verscheurde zwembroekje verwisselen.

Nadat ik deze ongelooflijke lieve mensen heb uitgelegd dat ik echt eerst naar Gaby moet, laten ze ons gaan. Even later kan Gaby Niklas in de armen sluiten en zijn wij herenigd. Wat een geluk!!!
 
Na enige tijd, het zal rond 17.00 uur geweest zijn op deze vreselijke tweede kerstdag, worden we naar een andere heuvel gebracht. Bij aankomst worden we door een groep Duitsers opgevangen en moeten we onze namen invullen, waarna we verder naar boven moeten lopen. Ook het personeel van ons resort is mee en blijft steeds bij ons in de buurt.

Die nacht brengen we buiten op deze heuvel door. Mr. Pisit en zijn mensen laten ons die nacht niet in de steek en voorzien ons steeds van drinken en eten. In tegenstelling tot hetgeen er gebeurd is, is de nacht schitterend, het is volle maan. De maan schijnt over het dal en het strand. Een ieder weet echter dat in dat dal dan wel de kust zeer veel mensen reeds dood zijn of voor hun leven aan het vechten zijn. Het is onwerkelijk.

Gaby zet zich die nacht in bij de eerste hulp. Ik kan niet veel meer doen, mijn wonden (voet, been en hoofd) gaan pijn doen. Maar Gaby vult mijn taak dubbel en dwars in.

De volgende dag, maandag 27 december, krijgen we dat te horen wat we al verwacht hadden; we worden geëvacueerd. Om ca. 13.00 uur is het zover en worden we in pick-up trucks geladen richting Phuket. Ik zal een lang verhaal hier korter maken, maar komen uiteindelijk om 20.00 uur aan op Phuket airport. Aldaar worden wij, (we hadden dus niets bij ons), op onze "blauwe ogen" geloofd en worden direct geboekt op een vlucht naar Bangkok van 23.30 uur.

Om ca. 01.00 komen we uiteindelijk aan in terminal 1 van Bangkok Domestic Airport. Van elk land is de ambassade aanwezig. Helaas van de Nederlandse Ambassade niemand, want "die mevr. was alleen en bevond zich in terminal 2". Wij zijn niet zo gelukkig met dit bericht, maar laten ons niet kisten. Na lang praten bij de Thaise autoriteiten lukt het ons uiteindelijk om zonder papieren Bangkok "binnen" te komen.

Om ca. 04.00 uur zijn we uiteindelijk in het Tong Poon Hotel in Bangkok. We nemen even onze rust en staan om 6.30 uur weer naast ons bed. Dit komt mede door het lawaai (het hotel ligt direct naast een snelweg en het is niet het schoonste hotel dat wij meegemaakt hebben). In het hotel ga ik op zoek naar email mogelijkheden. Het lukt mij uiteindelijk om een mailtje te versturen naar mijn broer Ruud met de mededeling dat we nog in leven zijn, maar dat we in moeilijkheden verkeren. Tevens geef ik aan dat we richting ambassade gaan.
 
Nederlandse ambassade
Om 09.00 uur op dinsdag 28 december staan we voor de poort van de Nederlandse ambassade. Na enige onduidelijkheid over wie we zijn (we hebben dus geen papieren) gaan ineens alle poorten voor ons open en worden we naar het hoofdgebouw begeleid. Daar worden we zeer vriendelijk ontvangen door het personeel en later de ambassadeur. Tijdens het gesprek dat ca. 1,5 uur duurt, worden we rustiger en kunnen gerichte informatie geven over het gebied waar wij vandaan komen. Na het gesprek worden wij door de chauffeur van de ambassade naar onder meer het ziekenhuis en later naar een beter hotel gebracht.

De volgende dag kunnen we onze noodpapieren ophalen. Vanuit het nieuwe hotel (Grand China Princess) hebben we uitgebreid contact met de buitenwereld en kunnen we uiteindelijk op vrijdagmorgen 31 december een vlucht terug naar Nederland nemen. Daar landen we om ca. 9.30 uur.
 
De ontvangst van onze vrienden en familie is zeer warm en dat doet ons zeer goed. Wij realiseren ons dat iedereen in een ongelooflijke spanning gezeten heeft.
 
Minder te spreken zijn wij over onze opvang op Schiphol. Deze was er gewoonweg niet. Later zag ik op TV dat men hoog opgaf over deze opvang, maar wij herkenden dit dus totaal niet. Sterker nog, wij zijn, op eigen kracht, naar de eerste hulp van Schiphol gegaan om naar mijn hoofdwond te laten kijken.
Ook hebben wij nauwelijks hulp of ondersteuning gekregen van de ambassade in Bangkok. Zaken m.b.t. ticket en of begeleiding hebben wij, ondanks onze emotionele belasting zelf moeten regelen.
 
We hebben het echter gehaald en dat is het belangrijkste. Wij realiseren ons dat veel mensen dat niet zo kunnen zeggen.

Jaap van Loenen